logo
Hero image

Innovatie in Oost-Nederland draagt bij aan een sterk Europa

05

juni

De wereld staat voor grote maatschappelijke uitdagingen. Dat vraagt om disruptieve innovaties die de samenleving klaarmaken voor de toekomst. Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel) zijn een kweekvijver voor innovatie. Veel van de uitvindingen die hier zijn bedacht, zijn met Europese samenwerking en subsidies tot wasdom gekomen. Welke invloed heeft Brussel op de toekomstbestendigheid van onze regio? En, andersom?

‘Eén van de grootste maatschappelijke uitdagingen van dit moment is: hoe gaan we van de huidige, lineaire economie naar een circulaire economie?’, zegt Erwin Hoogland, gedeputeerde Economie, Internationaal en Defensie van provincie Overijssel. ‘Als je het alleen vanuit onze regio aanpakt, gaan we het niet redden; verduurzamen kun je simpelweg niet ‘alleen’. Dat moet je Europa-breed oplossen, met grensoverstijgende samenwerkingen.’

Innovatie in Oost-Nederland


Eerst even naar het oosten van ons land. Innovatie zit Oost-Nederland in het bloed. Deze regio behoort tot de top 40 van meest innovatieve regio’s in Europa met een sterke economie. Internationaal gooit de regio hoge ogen met bijvoorbeeld de eiwittransitie die aangejaagd wordt vanuit het ecosysteem rondom Foodvalley NL (Wageningen). En met de Twentse campus, de bakermat van bluetooth, Wifi en andere tech-oplossingen. En in Nijmegen, om nog maar een voorbeeld te noemen, is op één vierkante kilometer een miljardenindustrie op het gebied van productie en packaging van microchips te vinden. Iedereen heeft wel een microchip uit Nijmegen in zijn telefoon. ‘Zo zijn hier vele bedrijven en kennisinstellingen die baanbrekende innovaties ontwikkelen, die écht waarde toevoegen aan een toekomstbestendig Nederland en Europa’, zegt Hoogland. 

Het aanjagen van innovatie is het doel van Think East Netherlands, het platform in Oost-Nederland waar meer dan dertig partners met elkaar werken aan innovatieve oplossingen voor een gezonde en duurzame toekomst voor iedereen. Kennisinstellingen, economic boards, provincies Gelderland en Overijssel, regio's, clusterorganisaties en organisaties als Oost NL, Novel-T, Kennispoort, VNO-NCW Midden doen dat vanuit de gemeenschappelijke Innovatieagenda Oost-Nederland.

Innovatieve 3D-printtechniek

Baanbrekende innovaties vinden ook plaats bij het regionale mkb en start-ups. Zo bedacht het driekoppige team van Opiliones, een bedrijf in het Gelderse Giesbeek, een 3D-print-techniek waarmee massaproductie kostenefficiënt kan worden vervangen door enkele stuks. Dat voorkomt onnodig grondstoffenverbruik, afval en transport. Met hun vinding richten ze zich vooral op fabrikanten van huishoudelijke apparaten. ‘Zij zijn tot 10 jaar nadat een product voor het laatst in de schappen ligt, verplicht om onderdelen daarvan na te kunnen leveren’, zegt Peter Sluiter, eigenaar van Opiliones. ‘Bijvoorbeeld wanneer een onderdeel kwijt is geraakt bij de consument, of gesneuveld. Een voorraad van onderdelen laten maken en opslaan, is een logistieke nachtmerrie voor fabrikanten. Hoe langer het geleden is dat een product werd verkocht, hoe minder vraag naar de onderdelen. Dat kan financieel niet ‘uit’ en belast het milieu onnodig’, legt Sluiter uit. ‘Tot voor kort konden fabrikanten alleen grote series bestellen. En die werden vaak ook nog eens in Azië gemaakt. Onze nieuwe 3D-printtechniek maakt het mogelijk om een onderdeel te produceren zodra dat besteld wordt. Ook als het maar om één exemplaar gaat. Dat voorkomt grote ladingen die vanuit de andere kant van de wereld op transport moeten naar Nederland, het scheelt materiaal en het voorkomt dat er een aantal jaren later een hele voorraad onderdelen ongebruikt wordt weggegooid.’

Lees verder onder foto

Think Europe Oost NL Theo.jpg

Sluiter is een van de regionale innovatieve ondernemers die internationale ketensamenwerkingen opzoekt én uitnut. De techniek van zijn digitale 3D-printer ontwikkelde hij van onderzoeksfase naar productiefase, met hulp van ondernemers in onder meer Zweden, Spanje en Slovenië. ‘Anderhalf jaar geleden werd ik geattendeerd op de mogelijkheid om deel te nemen aan het Europese Interregional Innovation Investment (I3) programma. Ideaal, want alleen hadden we onze printer niet naar een volgend level kunnen brengen’, zegt Sluiter. ‘De Duitsers hebben op basis van onze ervaringen en wensen het prototype 3D-printer verbeterd tot een proceszekere machine. De Italianen kwamen met een betaalbare, sterke grondstof. Zij mixen rest-metaalpoeders uit de SLM 3D-printtechniek  met kunststof tot korrels, waarmee wij vervolgens producten kunnen maken. Die kunnen aan het eind van hun levensduur weer via metaalschroot worden gerecycled. Helemaal circulair dus.’

Onmisbare samenwerking en subsidie

De Europese I3-subsidie - en de daarbij behorende samenwerking met ondernemers in andere landen - is van doorslaggevend belang geweest. ‘Allereerst zijn de kennis en kunde die ik over de grens heb gevonden onmisbaar’, zegt Sluiter. ‘Bovendien had ik niet de financiële armslag gehad om de laatste stappen te zetten naar productietechniek. Opiliones is een klein bedrijf. Bovendien besteden we maar liefst 80 procent van onze omzet aan innovatie. Dat maakt ons in zekere zin kwetsbaar. Ja, het programma I3 heeft het doorontwikkelen van onze printer mogelijk gemaakt.’ Hoogland juicht het toe dat ondernemers en kennisinstellingen in de regio Europese subsidies benutten. ‘Uniek in het oosten is dat we veel kleine bedrijven en familiebedrijven hebben die sterk zijn in maakindustrie. Bijzonder aan deze ondernemers is dat hun businessmodel vaak ondergeschikt is’, zegt hij. ‘Ze volgen niet ‘het grote geld’, maar baseren de keuzes die ze maken op de betekenis ervan voor hun personeel en voor volgende generaties. Dat zijn dus vaak milieubewuste keuzes en keuzes die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen.’

Ruim 330 miljoen euro voor 378 organisaties

I3 is slechts een van de vele Europese programma’s waar innovatieve ondernemers en kennisinstellingen in Europa een beroep op kunnen doen. In de eerste twee jaar van de huidige Europese begroting (2021-2027) is ruim 330 miljoen (334.554.136) euro Europese financiering toegekend aan Oost-Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Omgerekend is dat 79 euro per inwoner per jaar in Overijssel (positie 7 in de benchmark met Nederlandse provincies) en 115 euro per inwoner per jaar in Gelderland (positie 6). In totaal hebben 378 organisaties in Gelderland en Overijssel hiermee kunnen investeren in innovatie en groei. Dit heeft geleid tot nieuwe uitvindingen en ruim 4.900 nieuwe banen (in fte) in deze regio.  

Kennis als vijfde vrijheid

Eén van de organisaties die de weg naar Brussel goed weet te vinden, is HAN University of Applied Sciences. De HAN ontving 2,6 miljoen euro, voor deelname aan 9 projecten. Sowieso zijn kennisinstellingen in Oost-Nederland – na het bedrijfsleven – een grootafnemer van EU-subsidies. En dat zou binnenkort nog wel eens verder kunnen toenemen, als vrij verkeer van kennis de vijfde vrijheid op de Europese markt zou worden.
Eind april presenteerde de Italiaanse ex-premier Enrico Letta zijn rapport ‘Much more than a market’ over de toekomst van de Europese interne markt, dat hij schreef in opdracht van de lidstaten en de Europese Commissie. Een belangrijke aanbeveling in het rapport is het toevoegen van een vijfde vrijheid: vrij verkeer van kennis. Hij doelt daarmee op het vrije verkeer van onderzoek, innovatie, kennis en onderwijs, dat volgens hem noodzakelijk is om adequaat te reageren op hedendaagse maatschappelijke uitdagingen.

Lees verder onder foto

Think Europe Oost NL.jpg

Rob Verhofstad, voorzitter College van Bestuur bij de HAN, staat in de startblokken als het gaat om het uitwisselen van onderzoek, innovatie, kennis en onderwijs. ‘Vanuit Oost-Nederland kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan Europa. We hebben alleen al drie universiteiten hier in de regio, in Nijmegen, Enschede en Wageningen, waarvan Wageningen University & Research een wereldspeler is. Daarnaast hebben we goede hbo-instellingen in de regio. De HAN draagt sinds tien jaar de titel ‘University of Applied Sciences’. Als hogeschool hebben we de keuze gemaakt om naast het geven van onderwijs ook toegepast onderzoek te doen.’ 
Verhofstad ziet dat de HAN als een schakel tussen universiteiten en bedrijven fungeert. ‘Universiteiten richten zich op de vroege fase van innovatie. De HAN werkt als ‘University of Applied Sciences’ met bedrijfsleven en maatschappij samen aan het toepassen van innovaties. Samen maken we het verschil en realiseren we impact voor de samenleving.’

De regio versterkt Europa

Verhofstad benadrukt dat Europa niet alleen de regio versterkt, maar ook andersom. ‘Met de gelden die vanuit Brussel onze kant op komen, doen we toegepast onderzoek. De resultaten van die onderzoeken moeten ‘open access’ worden gepubliceerd. Dat is ook een van de voorwaardes. Zo kan heel Europa, inclusief de wetgevers, er zijn voordeel mee doen.’
Met trots vertelt Verhofstad over HECTOR , een samenwerkingsproject van 7 Europese steden, gefinancierd vanuit het programma Interreg Noord-West Europa. De HAN nam deel aan het project als kennispartner. ‘Het resultaat is een huisvuilwagen die rijdt op waterstof. Sinds anderhalf jaar zien we ‘m geregeld door de straten van Arnhem en Nijmegen gaan. Het project is opgezet om aan te tonen dat huisvuilwagens op waterstof de emissies in het Europese wegtransport verminderen.’

Mkb als drijvende kracht

Hoogland verwacht dat behalve voor schone energie de komende jaren in Europa veel aandacht voor robotica en AI zal zijn. ‘Oftewel, Industrie 4.0’, zegt hij. ‘Na de stoommachine, elektriciteit en computers is het nu de beurt aan AI en robotica. Het ‘kleinprojectenfonds’ INDUSTRI_4.0 gaat de digitale transitie binnen de maakindustrie in het Nederlands-Duitse grensgebied versnellen. Het project richt zich daarbij niet op de koplopers, maar juist op het brede mkb. Het doel is om vanuit samenwerking tussen Nederlandse en Duitse partijen 80 digitale innovatieprojecten en 80 haalbaarheidsstudies te realiseren’, blikt de gedeputeerde vooruit.

Bijdragen aan de maatschappelijke transities 

Bedrijven en kennisinstellingen die ook samen willen werken om maatschappelijke transities te versnellen, kunnen zich aansluiten bij verschillende Europese programma’s, zoals bij VInnovate van het Vanguard Initiative. ‘Dit nieuwe programma, getrokken door t12 regio’s, biedt mkb kansen om innovatieprojecten te doen met andere partijen in andere regio’s’, vertelt Hoogland. Op 5 december is hiervoor in Brussel een intentieverklaring ondertekend. Hoogland deed dat namens de regio Oost-Nederland. ‘De 12 betrokken regio’s voor Vinnovate zijn op dit moment Wales, Zuid-Nederland, Norte, Wallonië, Oost-Nederland, Baskenland, Slovenië, Noord-Oost Roemenië, Emilia Romagna, Friuli Veneza, Neder-Oostenrijk en Galicië. De verwachting is dat in de toekomst meer regio’s aansluiten’, vertelt hij. Projectaanvragen kunnen nu worden ingediend  . ‘Ik kijk vooruit naar het nieuwe Europees parlement en de Europese Commissie om met innovaties in de regio bij te blijven dragen aan de transities en een sterk, duurzaam en innovatief Europa.’